Bouwbesluit



Meterruimte
Bouwbesluit thema's

Aan welke bouwbesluit eisen moet een meterruimte voldoen?

De Bouwbesluit eisen voor een meterruimte zijn te vinden in afdeling 4.12 van het Bouwbesluit en gelden alleen voor nieuwbouwsituaties. Het Bouwbesluit stelt geen eisen aan de meterruimte in bestaande gebouwen. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat in het verleden een dergelijke ruimte niet is geëist.

Wanneer is een meterruimte verplicht?

In een gebouw moet een meterruimte aanwezig zijn wanneer de gebruiksfunctie een voorziening heeft voor elektriciteit, gas, drinkwater of verwarming met een aansluitmogelijkheid op het desbetreffende openbare net.

Voor bijna alle gebruiksfuncties (met uitzondering van de lichte industriefunctie, andere overige gebruiksfunctie en bouwwerk geen gebouw zijnde) eist het Bouwbesluit in artikel 2.47 en 2.48 een aansluiting op het distributienet van elektriciteit. Een meterruimte is daarom bijna in elk gebouw verplicht. Het verschil met een meterruimte in een bestaand gebouw en een meterruimte in een nieuw gebouw ligt in het feit dat bij een nieuwbouwsitiuatie afdeling 4.12 en artikel 2.185 van toepassing zijn en bij bestaande bouw niet. In afdeling 4.12 stelt het Bouwbesluit eisen aan de afmetingen (met aansturing van de NEN 2768) en de regenwerendheid van een meterruimte. In artikel 2.185 worden eisen gesteld aan de bereikbaarheid van en meterruimte.

Gemeenschappelijke meterruimte

Bestaat een gebouw uit meerdere gebruiksfuncties op één perceel, dan mogen de verschillende gebruiksfuncties aangewezen worden op één gemeenschappelijke meterruimte.

Nemen we een woning (woonfunctie) met een garage (overige gebruiksfunctie) als voorbeeld dan eist het Bouwbesluit via artikel 2.47 voor de woonfunctie een voorziening voor elektriciteit. Voor de garage eist het Bouwbesluit dat niet. Brengen we in de garage toch elektriciteit aan, dan eist artikel 2.48 echter wel een meterruimte voor de garage. Zowel de woonfunctie als de overige gebruiksfunctie moeten nu beschikken over een meterruimte. Deze twee meterruimtes mogen echter worden gecombineerd tot één gemeenschappelijke meterruimte.

Woongebouw

Een woongebouw met een gemeenschappelijke voorziening voor elektriciteit, gas, drinkwater of verwarming moet ook een gemeenschappelijke meterruimte hebben. Een woongebouw heeft vrijwel altijd een gemeenschappelijke elektriciteit voorziening, denk aan de verlichting in de gemeenschappelijke verkeersroute of aan de lift.

De verschillende woningen in een woongebouw hoeven niet individueel voorzien te worden van een meterruimte. In een woongebouw kan dus slechts één (gemeenschappelijke) meterruimte aanwezig zijn. Wel moet in deze gemeenschappelijke meterruimte voor elke woning aparte schakel-, verdeel- en meetapparatuur worden geplaatst.

Afmetingen en inrichting

De afmeting en de inrichting eisen van een meterruimte in een woonfunctie zijn vastgelegd in de NEN 2768. De NEN 2768 wordt uitsluitend aangestuurd voor een woonfunctie. Het Bouwbesluit stelt dus geen specifieke eisen aan de inrichting van een meterruimte voor utiliteitsbouwwerken. Dit moet privaatrechtelijk geregeld worden.

De NEN 2768 stelt voor een meterruimte in een woonfunctie de volgende eisen:
  • De minimale inwendige maten:
    • Hoogte > 2100 mm
    • Breedte > 750 mm.
    • Diepte > 310 mm
  • Vanaf de buitengevel tot in de meterruimte moeten voorzieningen, lucht- en waterdichte mantelbuizen aanwezig zijn, waardoor de dienstleidingen, die deel uitmaken van het distributienet van de nutsbedrijven, tot in de meterruimte kunnen worden ingevoerd. De bedoeling is te voorkomen dat eventuele gassen in de kruipruimte terecht kunnen komen waardoor gevaar voor een explosie ontstaat.
  • Is het oppervlakte van de meterruimte > 1 m², dan moet ten minste één verlichtingspunt en ten minste één wandcontactdoos aanwezig zijn in de meterruimte.
  • De meterruimte moet met een slot afsluitbaar zijn;
  • De vrije doorgang van de deuropening moet minimaal 700 x 2000 mm bedragen;
  • De meterruimte moet vorstvrij zijn;
  • De achterwand en zijwanden waartegen de nutsvoorzieningen worden gemonteerd moeten bekleed worden met plaatmateriaal van ten minste 18 mm dikte.
Technisch Advies Bureau Goezinnen, mr1
Afmetingen meterruimte

Voor alle andere gebruiksfuncties en de gemeenschappelijke meterruimte in een woongebouw geldt dat de afmetingen en de indeling afgestemd moeten zijn op de in de meterruimte te plaatsen apparatuur.

Bereikbaarheid meterruimte

Artikel 2.185 eist dat de loopafstand tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van de meterruimte ten hoogste 3 meter bedraagt. Indien sprake is van een gemeenschappelijke meterruimte in een woonfunctie, dan mag de meterruimte alleen bereikbaar zijn via gemeenschappelijke verkeersruimte.

Voor alle andere gebruiksfuncties worden geen eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de meterruimte.

Technisch Advies Bureau Goezinnen, mr2

Ventilatie

Heeft de meterruimte een voorziening voor gas, dan moet de luchtverversing ten minste 2 dm³/s per m³ netto-inhoud van de meterruimte bedragen met een minimum van 2 dm³/s. Zie de artikelen 3.68 en 3.69 van het Bouwbesluit. De aan te ventilatie van een meterruimte gestelde eis strekt ertoe dat, indien nabij een aansluiting van een gasmeter onverhoopt enige gaslekkage optreedt, dit gas in voldoende mate wordt verdund, zodat de kans op explosie beperkt is. Als in het gebouw geen voorziening voor gas aanwezig is (bijvoorbeeld bij stadsverwarming), hoeft de meterruimte niet te worden geventileerd.

Voorbeeld

Woning met voorziening voor gas, afmetingen meterruimte 0,75 x 0,31 x 2,1 meter.

Inhoud meterruimte is: 0,75 x 0,31 x 2,1 = 0,488 m³
Minimale luchtverversing = 2 x 0,488 = 0,98 dm³/s
0,98 < 2, dus de luchtverversing in de meterruimte moet minimaal 2 dm³/s bedragen.

De luchtverversing kunnen we realiseren door een spleet onder de meterkastdeur voor de toevoer van lucht en een spleet boven de meterkast voor de afvoer van de lucht.

Voor een luchtvolumestroom van 1 dm³/s is een doorlaat nodig van 40 cm² . Dit kunnen we afleiden uit de NEN 1087 (zie onderstaande berekening). Deze norm geeft aan dat er gerekend mag worden met een luchtsnelheid van 0,25 m/s mits aan de volgende voorwaarde wordt voldaan:
  • Het hoogteverschil tussen toe- en afvoeropening moet ten minste 1,8 m bedragen. Bij een deurhoogte van 2,1 meter wordt hier aan voldaan.
  • Er mogen zich geen interne weerstanden, zoals gaas, in de openingen bevinden. Bij een spleet onder een deur is hiervan geen sprake.
  • De spleetbreedte van een dergelijke opening moet ten minste 6 mm bedragen.
Met de formule qv = A x V kan eenvoudig de benodigde doorlaat oppervlakte worden uitgerekend voor 1 dm³/s luchtvolumestroom:

1 dm³/s = A x 2,5 dm/s
A = 0,4 dm² of 40 cm² .

Met dit gegeven kunnen we de breedte van de spleet berekenen:
Benodigde oppervlak is 40 x 2 = 80 cm²
Stel deurbreedte is 70 cm, dan wordt de spleet 80/70 = 1,14 cm = 12 mm

Het Bouwbesluit stelt tevens nog de eis dat de voorziening voor de luchtverversing niet afsluitbaar mag zijn (artikel 3.70). Een afsluitbaar rooster als ventilatievoorziening in een meterruime is dus niet toegestaan.

Mag de loopafstand vanaf een toegang van een woning naar de meterruimte groter zijn dan 3 meter?

Dat is afhankelijk van de situatie. Artikel 2.185 lid 3 en 4 van het Bouwbesluit is het volgende te lezen:

Lid 3. De loopafstand tussen een meterruimte als bedoeld in artikel 4.66 en de toegang van een woonfunctie is ten hoogste 3 m, indien die afstand wordt afgelegd door een niet-gemeenschappelijke ruimte.
Lid 4. Een gemeenschappelijke meterruimte als bedoeld in artikel 4.66, die niet rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is, is uitsluitend bereikbaar door gemeenschappelijke verkeersruimten.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat de loopafstand niet geldt bij een gemeenschappelijke meterruimte. Van een gemeenschappelijke meterruimte is sprake wanneer de meterruimte op meerdere gebruiksfuncties is aangewezen. Dat kan het geval zijn bij een woning met garage. De woning heeft de gebruiksfunctie ‘wonen’ en de garage de gebruiksfunctie ‘overige gebruiksfunctie’.

Een meterruimte is verplicht voor een woonfunctie. Indien in de garage elektriciteit wordt aangebracht is een meterruimte tevens verplicht voor de garage. In dat geval zijn twee meterruimten nodig. Deze twee meterruimten mogen samengevoegd worden tot één gemeenschappelijke meterruimte (zie artikel 4.66 lid 1 Bouwbesluit).
Nu er sprake is van een gemeenschappelijke meterruimte is niet lid 3 van toepassing maar lid 4. In lid 4 wordt niet gesproken over een maximale loopafstand. De meterruimte moet wel gesitueerd zijn dat deze alleen bereikbaar is door gemeenschappelijke verkeersruimten.

Bestaat een woning uitsluitend uit een woonfunctie dan is lid 3 wel van toepassing en moet worden voldaan aan de maximale loopafstand van 3 meter. De reden hierachter is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Maar wat de achterliggende reden is van de wetgever dat bij een woning met garage niet voldaan moet worden aan de loopafstand is mij niet duidelijk. Tevens is vanuit het oogpunt van deregulering de eis die gesteld wordt aan de loopafstand niet logisch. De vraag heb ik tevens voorgelegd aan VROM, maar nog geen reactie ontvangen.

Voorbeelden

De meterruimte staat ten dienste van de woonfunctie en de overige gebruiksfunctie. Er is sprake van een gemeenschappelijke meterruimte waardoor de maximale loopafstand van 3 meter niet van toepassing is.     Technisch Advies Bureau Goezinnen, mra1

Technisch Advies Bureau Goezinnen, mra2
  • De meterruimte mag geplaatst worden in de overige gebruiksfunctie (garage).
  • De meterruimte moet bereikbaar zijn via gemeenschappelijke verkeersruimten.
  • De looproute naar de meterruimte mag dus geen deel uitmaken van het verblijfsgebied van de garage.
  • Een verkeersruimte hoeft geen afsluitbare ruimte te zijn.
  • Het is dus niet verplicht om tussen het verblijfsgebied en de verkeersruimte een wand te plaatsen.
  • Wel geldt de eis dat minimaal 55% van het gebruiksoppervlakte van de garage aangemerkt moet worden als verblijfsgebied.

Meer informatie over meterruimte

Meka - Prefab meterkasten
Jonka - Prefab meterkasten
NEN 2768

Technisch Advies Bureau Goezinnen B.V.

Onderdijk 127 - 1693 CC Wervershoof - Telefoon 0228-724844 - Fax 0228-720666
Mobiel 06-12471167 - E-mail info@goezinnen.eu - KvK 37135470 - BTW nr NL1860.12.676.B01
© 2008 Technisch Advies Bureau Goezinnen B.V. te Wervershoof.